Opnieuw onrusten op Haiti

12 februari – De onrust op Haiti die al enkele weken aan de gang is, is de afgelopen dagen in rap tempo verergerd. In het hele land zijn er protesten en worden er wegen afgesloten. Banken, winkels en voedseldepots worden geplunderd en in brand gestoken. Zendeling Johan Smoorenburg van Hart voor Haiti: “Het land is in een situatie gekomen waarvan we niet weten hoe het gaat aflopen.”

Aanleiding tot de protesten is de 2,5 miljard dollar die Haiti heeft ontvangen van de vorige president van Venezuela. Dit geld was bedoeld voor 300 wederopbouwprojecten op Haiti, maar blijkt helemaal verdwenen. Volgens de media zijn drie presidenten, ministers en rechters betrokken bij de verduistering.

Johan Smoorenburg vertelt over de situatie: “Het is momenteel levensgevaarlijk om de stad in te gaan. Er is geen elektriciteit en vrijwel geen diesel of benzine. Volgens lokale nieuwssites heeft de staf van de Amerikaanse ambassade gisteren het land verlaten. Als dat waar is, is dat een slecht teken.”

Smoorenburg bevind zich momenteel met zijn vrouw in Barbados voor een zendingsconferentie. “We hebben goed contact met de mensen die tijdens onze afwezigheid verantwoordelijk zijn voor het kinderdorp en samen kijken we welke maatregelen we moeten nemen. Op dit moment is alles oké op het kinderdorp.” Toch is er ook onrust over de plunderingen in de stad: “Ik heb dominee Kesto gevraagd vannacht het voedsel uit ons depot gedeeltelijk te verplaatsen, zonder dat anderen dat zien. Ook praktisch heeft de huidige situatie grote gevolgen: “We hebben geen gas meer om te koken en het houtskool is op. We kunnen er nu niet op uit om nieuw te kopen. Daarom gaat het team nu op gewoon hout koken. Het team moet improviseren en laten zien dat ze dit aankunnen.”

Wilcie Smoorenburg, Johans vrouw, geeft door de telefoon instructies aan alle tantes –die de kinderen verzorgen- om de veiligheid van de kinderen te garanderen. “Er word veel geschoten in de directe omgeving van het kinderdorp.” De vraag is hoe we nu verder moeten. Johan: “Ik overweeg om terug te vliegen naar Haiti, hoewel ik daar verder ook niet veel kan doen. Ik kan misschien niet eens op het kinderdorp komen, zonder ernstig gevaar voor eigen leven.”

Wilt u met ons bidden voor de situatie in Haiti en voor veiligheid op het kinderdorp?

Bron gebruikte foto : NOS.nl

Bericht van Johan Smoorenburg

Onrust op Haiti

Beste vrienden,

Haiti blijft een uitermate moeilijk land en word maar niet beter. Integendeel: sinds de revolutie tegen babydoc Duvalier is het land steeds verder achteruit gegaan. We gingen door die gevaarlijke revolutie, 4 staatsgrepen, burgeroorlog, de vele opstanden, de rampen die we meemaakten, en nog vele andere gevaren. Nu is het weer mis.

Zondag 18 November waren er vele demonstraties door het hele land want de President moet volgens sommigen opstappen. Dat gaat gepaard met zware bedreigingen via internet, whattsapp ed. Als er scholen opengaan worden ze in brand gestoken, ook andere zaken, banken, en mensen die de weg op moeten worden bedreigd, en dat zolang de president niet is afgetreden. Het leven word vrijwel onmogelijk gemaakt en Haiti wordt niet meer een derde wereldland genoemd maar mislukt land (failed state).

Ondanks dat heeft God zijn beloften en woord waar gemaakt in mijn leven. Bij het werk waartoe Hij mij opdracht heeft gegeven gaf hij mij ook de moed om door te gaan. Daar waar velen kwamen om hier te werken, vertrokken veel mensen ook weer na korte tijd. Misschien ook wel begrijpelijk, want als je voor dit land geen roeping hebt, hou je het niet vol.

Laatst vroeg iemand aan me of ik er nooit aan gedacht had het land te verlaten. Nu ik 75 ben, zou dat misschien logisch zijn, maar de gedachte daaraan is zelfs nooit bij mij opgekomen. We hebben honderden kinderen -vaak van baby’s tot volwassenheid- opgevoed en er zijn er nog ruim 150 kinderen in het dorp. Over de jaren hebben een kinderen en jongelui op onze scholen gezeten en ook de boodschap van Jezus gehoord, in onze kerken zijn vele mensen tot geloof gekomen. Voor honderden en honderden mensen zijn we tot zegen geweest na rampen die moeilijk zijn te beschrijven. Mijn liefde voor dit land en mensen is nog steeds hetzelfde en we blijven gemotiveerd en werken zolang ik kan. Ondanks dat we ook privé door heel moeilijke tijden zijn gegaan, heeft God me ook veel zegen gegeven. We zongen een prachtig lied en doen dat hier nog steeds: “Tel uw zegeningen een voor een” en vele zegeningen heb ik in mijn leven gezien en mogen ontvangen.

Wilcie en ik willen U allen heel fijne Kerstdagen toewensen en een gezegend 2019. We willen U allen oprecht danken voor uw gebeden en gaven om dit werk te kunnen doen en vragen U dit ook in 2019 te blijven doen.

Hartelijke groeten en zegenwensen,

Johan en Wilcie Smoorenburg

 

Sandra is directrice in het bejaardenhuis

“Ik had het niet verwacht, maar ik ben oprecht gaan houden van de oudjes”

Onlangs maakte Sandra Alexandre voor het eerst een reis buiten Haïti. Ze kwam naar Nederland om samen met Johan en Wilcie te vertellen over het werk op het dorp. Als directrice van het bejaardenhuis gaf ze op scholen en in
kerken inzicht in haar werk voor de bejaarden. Sandra: “Deze reis was de grootste ervaring in mijn leven. Daar ben ik zo blij mee. Ik denk er iedere dag aan. Maar het terugkomen op Haïti was best moeilijk. Want dan begrijp je pas hoe arm het land is en hoe slecht Haïti eraan toe is.”

Ik ben geboren in de binnenstad van Port-au Prince en daar ook opgegroeid. Uit die tijd ken ik Wilcie, we woonden niet ver bij elkaar vandaan en hebben altijd contact gehouden. Ik werkte op de administratie van een commercieel
bedrijf toen Wilcie mij vroeg of ik op Bon Repos wilde komen werken, om het ouden van dagenhuis te runnen. In januari 2019 werk ik er al 4 jaar en heb het uitstekend naar mijn zin.”

Bejaarden - Eenmansband

“Werken met ouderen is heel bijzonder. Ik had dit ook nooit gedacht, maar ben oprecht gaan houden van de oudjes. We komen van alles tegen. Er zijn oudjes met Alzheimer en ouderen die wat extra verzorging nodig hebben. Maar het is altijd bijzonder. Wat ik wel heel leuk vind is dat ik verhalen hoor van vroeger over Haïti die ik niet kende. Ik leer dus nog veel ook. De oudjes zijn ook altijd erg dankbaar als ik ze aandacht en liefde geef. ”

“Ik moet alles regelen, van eten tot medicijnen en zorgen dat alles op tijd gebeurt. Als er bijvoorbeeld afspraken zijn bij de dokter, dan moet ik ervoor zorgen dat de chauffeur dat weet en er op tijd is. Ook moet/mag ik er op toezien dat de persoonlijke verzorging goed wordt gedaan. We hebben een uitstekende verpleegster met wie ik samenwerk. Ook moet ik zorgen dat het personeel het werk goed doet en soms ook conflictjes bijleggen. Een drukke maar mooie taak.”

“Ik doe een psycho/sociaal programma met de oudjes waar ik erg enthousiast over ben. We doen dat in groepen en praten dan met de oudjes over waar ze vandaan komen, hoe ze hebben geleefd, hoe ze op Bon Repos zijn gekomen… Ik krijg dan heel wat te horen, de oudjes praten dan honderduit. Ook hebben we samenkomsten en houden bidstonden samen en doen we spelletjes met
elkaar.”

“Ik zou ze van tijd tot tijd eens mee willen nemen met een bus, om een rit te maken. Maar dat is heel moeilijk, ze worden wagenziek en geven over, of
we moeten stoppen voor een sanitaire stop. Wat erg lastig is, ook in Haïti. Dus dat gaat niet meer. Toen ik in Nederland was heb ik met Johan en Wilcie ook een Nederlands bejaardenhuis bezocht. We spraken in de aula van een bejaardentehuis in Bilthoven en mochten daar een kamer bezoeken.
Uiteraard met toestemming van de oude vrouw die daar woonde en die ineens twee zwarte vrouwen op bezoek kreeg, wat ze prachtig vond. Het was een verzorgingstehuis is mij uitgelegd. Het was zo’ n mooie ruime kamer met een eigen badkamer… het was prachtig. Gelukkig kan ik zeggen dat ondanks dat het bij ons veel eenvoudiger is, onze oudjes ook heel gelukkig zijn!”

Lensky werd als baby achtergelaten op de markt

Lensky

“Ik kan niet begrijpen waarom mijn moeder dit heeft gedaan”

Lensky Petion is 14 jaar oud. Als baby heeft zijn moeder hem meegenomen naar een markt en hem daar neergelegd tussen de zakken houtskool. Toen heeft ze zijn oma gebeld dat hij daar lag. Zijn oma heeft hem daar vervolgens gevonden en opgenomen in haar huis en zijn moeder is toen vertrokken naar de Dominicaanse Republiek. “Mijn oma heeft voor mij gezorgd tot zij stierf en toen ben ik door 2 achternichtjes die ook op het kinderdorp hebben gewoond hier naartoe gebracht.” Lensky was 6 jaar toen hij op het kinderdorp kwam wonen.

Over zijn gezin weet Lensky alleen dat wat zijn oma aan hem heeft verteld. Zijn oma kende zijn vader en ze kreeg af en toe wat geld van hem om voor Lensky te zorgen.

Met zijn vader heeft Lensky nu af en toe nog contact. Praten over zijn moeder roept echter heftige emoties bij hem op. “Mijn moeder heeft mij opgezocht toen ik op het kinderdorp woonde maar ik heb haar niet willen zien. Ik ben heel boos op haar en ik wil haar niet zien. Ik kan nu niet begrijpen waarom ze dit heeft gedaan. Ik had kunnen sterven op die markt als mijn oma niet op tijd was gekomen.”

Het leukste aan het kinderdorp vindt Lensky de school en de kerk. Op de vraag wat hij het minst leuk vindt kan hij geen antwoord geven. “Ik kan niets noemen wat het minst leuk is. Ik wil graag hier blijven want ik heb het hier goed.” Lensky’s wens voor zijn eigen leven: “Ik wil graag elektromonteur worden. Ik kan goed leren en ik doe mijn best want ik weet dat ik de kans krijg om dat te worden.”

Lensky mist zijn familie niet, uiteindelijk is zijn oma de enige die hij heeft gekend. Op het kinderdorp is Lensky gelukkig helemaal op zijn plek en hij voelt zich er heel goed. “Ik heb veel vriendjes en de jongens in mijn appartement zijn als broers voor mij. Het kinderdorp is mijn thuis.” Ondanks zijn moeilijke verleden heeft Lensky de wens om zijn vader te helpen. En na wat aarzeling voegt hij hier aan toe:” … en ook mijn moeder.”

Johan: “Lensky is een leuke en behulpzame jongen. Als ik met de auto aankom rent hij altijd naar de poort om het hek open te doen en hij helpt mee dingen naar binnen te brengen. Hij is intelligent en begrijpt dat hij de kans heeft op een redelijk leven. Ook gaat hij graag met mij mee op zondagmorgen als ik in andere kerken spreek, hij staat dan op mij te wachten met een paar andere jongens. Het is een gewoonte geworden om na de kerk naar de supermarkt te gaan met elkaar om een ijsje te halen.”