Haiti in het nieuws

Twee jaar na de aardbeving komen er nog steeds schrijnende beelden uit Haïti. De grote problemen aanpakken valt niet mee.

De aardbeving in Haïti twee jaar geleden raakte de harten van veel Nederlanders. Van kinderen die flessen inzamelden tot bedrijven die een deel van hun opbrengst voor Haïti bestemden – de betrokkenheid bij het verdriet van de Haïtianen was groot.

aardbeving

Je kon er vervolgens op wachten: schrijnende verhalen over Haïtianen die nog geen enkele hulp hebben ontvangen enerzijds, en berichten over geld dat op de plank blijft liggen anderzijds. In het licht van de grote bedragen die werden ingezameld, zijn beelden van de puinhopen en de tentenkampen twee jaar later moeilijk te begrijpen.

En al snel veranderen dergelijke berichten in ‘zie je wel, het geld komt niet goed terecht’ en ‘het blijft allemaal aan de strijkstok hangen’, resulterend in minder draagvlak voor noodhulp en ontwikkelingssamenwerking.

Laten we ons eerst afvragen of de hulp inderdaad niet heeft geholpen. Daarvoor is het belangrijk onderscheid te maken tussen de hulp via non-gouvernementele organisaties (ngo’s) en hulp via overheden. Giften van particulieren, mensen zoals u en ik, kwamen terecht bij hulporganisaties als het Rode Kruis of ZOA. Deze ngo’s hebben puin geruimd, huizen gebouwd, scholen hersteld en lesmateriaal beschikbaar gesteld, medische diensten verleend, microkredieten verstrekt en landbouw gestimuleerd.

Wellicht zijn de resultaten klein als je ze op de schaal van Haïti’s problemen legt. Maar voor honderdduizenden Haïtianen betekent deze ondersteuning het verschil tussen bittere ellende en een menswaardig bestaan. Dus ja, deze hulp heeft wel degelijk geholpen, al is nog niet iedereen bereikt en leven nog veel Haïtianen in armoede.

Voor echt succes op microniveau is verbetering op macroniveau noodzakelijk. De slechte wegen of de ontbrekende eigendomsregistratie van grond en huizen zijn serieuze problemen die wederopbouw in de weg staan. Verder moeten we niet vergeten dat Haïti al jaren toneel is van politieke onrust, en veel mensen in krottenwijken leven waar analfabetisme, werkloosheid en criminaliteit heersen. Hulporganisaties kunnen nauwelijks grootschalig bijdragen aan structurele veranderingen op dit niveau.

Daarvoor is dus een krachtig optredende overheid nodig, iets wat in Haïti niet vanzelf spreekt. Tel daarbij op dat het overheidsapparaat door de aardbeving op 12 januari 2010 ook vele ervaren ambtenaren verloor. Gelukkig hebben 58 landen na de catastrofe toegezegd in totaal 3,2 miljard euro bij te dragen aan de wederopbouw.

Daar zou je de Haïtiaanse overheid grootschalig mee kunnen assisteren: bij het verbeteren van infrastructuur, opzetten van goed werkende registratiesystemen, faciliteren van logistieke operaties en ordehandhaving bijvoorbeeld. Dat is naast echt humanitaire hulpverlening ook wel gebeurd, maar jammer genoeg heeft op dit moment slechts 53 procent van het door overheden toegezegde bedrag Haïti daadwerkelijk bereikt. Het is helemaal niet zeker of de rest van de toezeggingen zal worden nagekomen.

Na een grootschalige ramp in een arm en complex land als Haïti is herstel een kwestie van lange adem. Voor de broodnodige veranderingen op macroniveau kijken we naar de overheid en naar de internationale gemeenschap. Maar voor echt herstel in wijken, dorpen en steden, voor gezinnen en gemeenschappen, kunnen wijzelf wel degelijk een belangrijke rol spelen. Twee jaar geleden waren Nederlanders massaal betrokken bij Haïti. Laten we dat vooral blijven.

Bron : Trouw , geschreven door JOHN BUIJS EN ELS SYTSMA