Beste zendingsvrienden,

Ons leven is er niet makkelijker op geworden sinds ik mij heb moeten inschrijven in Nederland, na 52 jaar op Martinique en Haïti te hebben geleefd. Ik moet nu per jaar tenminste vijf maanden in Nederland verblijven, maar Wilcie mag met haar visum maar drie maanden in Nederland blijven. Hoewel we de laatste twee jaar elke drie maanden heen en weer zijn gereisd tussen Nederland en de Dominicaanse Republiek, verblijven we nu op Martinique waar ik in 1972 begonnen ben als jonge zendeling. De situatie op de Dominicaanse Republiek voor Haïtianen is ronduit slecht en er worden duizenden Haïtianen opgepakt en de grens overgezet naar Haïti. Hoewel haar papieren in orde zijn voelt Wilcie zich als Haïtiaanse niet meer veilig. We zijn hier op Martinique van harte welkom en we werken mee met de voorgangers in de verschillende kerken, waarvan ik er zelf drie hebt gesticht. Toch gaat ons hart elke dag uit naar Haïti.

De drie maanden dat we in Nederland verblijven timmeren we hard aan de weg. Vrijwel elke zondag houden we spreekbeurten, soms wel twee op een dag. Doordeweeks geven we presentaties en bezoeken we mensen die ons kunnen helpen en vele anderen die gewoon met ons willen praten. In die maanden rijden we heel wat af en gelukkig heb ik aan Wilcie een grote steun.

Ik probeer het onderwerp financiën altijd uit de weg te gaan toch vind ik dat u als trouwe achterban ook onze huidige situatie moet kennen. Door de problemen in Nederland en Europa lopen de inkomsten al een tijd terug en daardoor heeft het bestuur het budget drastisch moeten verlagen. Hierdoor staan we voor grote uitdagingen. Ik zie ook wel dat er in Nederland grote zorgen zijn en toch wil ik u vragen om Haïti niet te vergeten en ons te blijven steunen.

Wilcie en ik groeten u allen hartelijk en wensen u Gods kracht en zegen toe.

Uw dienstknechten,

Johan en Wilcie Smoorenburg

P.S. Eind april komen we weer naar Nederland t/m half juli. We hopen u dan ergens te mogen ontmoeten!

Armoede verdient niemand

Haïti kampt al sinds lange jaren met een bijna onoplosbaar probleem: armoede. Armoede is een goede voedingsbodem voor mensen met slechte bedoelingen. Onderdrukking, machtsmisbruik, criminaliteit: het ontstaat vanzelf als je dagelijks bezig bent met overleven. Ik hoor regelmatig dat mensen de situatie op Haïti eigenlijk hopeloos vinden, is verandering wel mogelijk? Als stichting en team blijven we positief, al is dat soms wel moeilijk. Soms zijn er berichten van hoop dat de internationale gemeenschap zich ook het lot van Haïti aantrekt. Maar blijkbaar zijn de belangen van de buitenwereld anders, er is immers niets te halen, geen olie of delfstoffen van waarde.  Humanitaire hulp is vaak enkel voor de korte termijn en wederopbouw of het herstellen van de orde is een binnenlandse taak terwijl de regering van Haïti daar totaal niet toe in staat is.

Te midden van al deze hopeloosheid richten we ons op een groep jonge mensen en kinderen die het niet kunnen helpen dat ze onder deze slechte omstandigheden zijn geboren in dit land. Op kleine schaal leren we hen verantwoording te dragen over bepaalde taken en om te gaan met beperkte budgetten. Dit zijn wel de basisprincipes om ooit op eigen benen te staan. Zo zijn we nu al geruime tijd bezig om een lokaal leiderschap te trainen in het dragen van verantwoording. Niet altijd even eenvoudig, want onze Nederlandse benadering en directheid is echt anders dan de Haïtiaanse cultuur, maar samen komen we er wel.

De gevaarlijke omstandigheden, die voor ons team dagelijkse realiteit is, vergeten wij soms. Voedsel halen of contant geld is een enorme uitdaging en operatie die zorgvuldig gepland moet worden. Het lukt ons echter nog steeds goed om het project draaiende te houden, ook al zijn we er fysiek niet aanwezig. Dit geeft ons hoop voor de toekomst, want ooit zal het project wat betreft de dagelijkse leiding op Haïtiaanse mensen moeten draaien. Ik wil u allen hartelijk danken voor uw betrokkenheid, giften en gebed. Door uw steun kunnen we dit mooie werk voortzetten.

Robin Vlug, voorzitter Hart voor Haïti.

Leven in alle rust

Zoals bekend is woont er nog steeds een groep bejaarden op Bon Repos in het bejaardentehuis. Ze mogen hier in alle rust de rest van hun leven doorbrengen. Eén van de bejaarden die er woont is Ariste Augustin. Hij is 84 jaar en woont al 14 jaar in het bejaardentehuis.

Voordat hij op Bon Repos kwam werkte hij in de landbouw. “Dat was zwaar werk en betaalde bijna niets. Ik werd te oud om dat werk nog te doen en kon ook geen ander werk meer vinden”, vertelt Ariste. Iemand verwees hem toen naar Hart voor Haïti en zo is hij in het bejaardentehuis terecht gekomen. “Dit heeft alles veranderd voor me. Ik krijg goede zorg hier en ik kan nu rustig leven.”

Door een herniaoperatie kan Ariste niet zoveel meer doen maar hij vermaakt zich nog prima. “We praten hier veel met elkaar en luisteren naar de radio. Ook gaan we naar de activiteiten van de kerk.” Ariste is blij dat hij op Bon Repos kan wonen waar hij goed te eten krijgt en waar een goede verpleegster en medische zorg beschikbaar is. Ook krijgt hij kleding en zelfs wat zakgeld. Ariste: “Ik ben heel tevreden hier, er wordt goed voor ons gezorgd!”

Ook Yolande Hill (83 jaar) woont in het bejaardentehuis op Bon Repos. Zij woont hier al 13 jaar. Voordat ze hier kwam bestond haar leven uit ellende en armoede. Toen ze ouder werd en niet meer kon werken werd haar leven nog moeilijker. “Ik heb geen kinderen die voor mij konden zorgen”, vertelt Yolande. “En mijn familie was te arm.” Haar verblijf op Bon Repos heeft Yolandes leven volkomen veranderd. “Er wordt hier zo goed voor ons gezorgd en het is ook fijn dat ik hier met andere ouderen kan wonen. Ik heb geen zorgen meer”, vertelt ze. Yolande is nog mobiel genoeg en helpt mee in de woning waar ze verblijft met aanvegen, afwassen en de was doen. Ook brengt ze tijd door met praten met de andere bewoners. Yolande heeft hier alles gevonden wat ze voorheen niet had: medische zorg, eten, kleding, zakgeld en de goede manier waarop ze behandeld wordt. “Dit heeft mij weer plezier gegeven in het leven. Ik ben hier heel blij en gelukkig.”

Even voorstellen

Het lokale bestuur

In de vorige nieuwsbrief spraken we over de toekomst van de stichting en hadden we het ook over het lokale bestuur dat in de toekomst de dagelijkse leiding zelfstandig op zich zal nemen. Vandaag stellen we het bestuur aan jullie voor zodat jullie ook een gezicht hebben bij deze mensen met een hart voor Haïti.

V.l.n.r.: Kesto Erilus (65 jaar), Shedeline Louidor (35 jaar), Naomie Fevilien (32 jaar) en Jean Claude Mr. Thes (61 jaar).

Kesto, onze voorganger en directeur op Bon Repos, hebben we al eens eerder aan jullie voorgesteld. Hij is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken op het dorp. Verder doet hij tijdens de afwezigheid van Johan en Wilcie veel van het buitenwerk zoals bankzaken en inkopen etc. Shedeline is mede-directielid in het bestuur en haar stellen we zo uitgebreid voor. Naomie is onze boekhoudster en verantwoordelijk voor alle financiële handelingen. Ze regelt de betalingen, niet alleen van het personeel maar ook van de verschillende belastingen. Jean Claude werkt met de kinderen en jongelui, vooral op geestelijk gebied en met kerkelijke activiteiten. Ook houdt hij toezicht op de school.

Vandaag stellen we Shedeline nog iets verder voor. Ze is 35 jaar oud en geboren in Cap-Haïtien (een stad in het noorden). Daar is ze ook opgegroeid en nu woont ze in een wijk in Port-au-Prince. Ze werkt al meer dan vijf jaar als mede-directielid in het bestuur en kwam in contact met de stichting door Wilcie. “Ik kende Wilcie Smoorenburg en ik heb haar enkele keren geholpen met de jaarlijkse zomerkampen voor kinderen en tieners”, vertelt Shedeline. “Wilcie vroeg me op een gegeven moment of ik wilde komen werken voor de stichting. Dat aanbod heb ik toen aangenomen.”

Nobel werk

Shedeline werkt vooral met de kinderen en tieners. Zo houdt ze bidstonden met de kinderen en ook houdt ze toezicht op de tantes om te kijken of zij hun werk goed doen en goed met de kinderen omgaan. Shedeline omschrijft zichzelf als een rustige maar strenge vrouw. “Het is een grote verantwoordelijkheid om voor de kinderen te zorgen en ik neem mijn werk met de kinderen dan ook heel serieus”, aldus Shedeline. Dat Johan en Wilcie nu niet op het project zijn heeft niet veel invloed op het werk van Shedeline. Wel heeft ze nu meer verantwoordelijkheid maar dit vindt ze geen probleem. “Ik sta er niet alleen voor en praat bijna dagelijks met Wilcie. Ik houd haar op de hoogte van de situatie en als ik toestemming nodig heb voor bepaalde zaken dan bespreek ik dit ook met haar.” De grootste uitdaging van haar werk vindt ze wel de ontwikkeling van de kinderen. “Ik vind het belangrijk dat ze zich goed ontwikkelen zodat ze straks slagen in het leven”, vertelt ze. Haar werk brengt ook genoeg leuke dingen met zich mee. Zoals het geven van Bijbelse lessen en het organiseren van allerlei activiteiten zoals de zomerkampen.

Shedeline is blij met haar rol in het bestuur en de kans om iets te betekenen voor haar land. Ook is ze jullie dankbaar als achterban van de stichting. “Ik wil u bedanken voor alles wat u mogelijk heeft gemaakt hier op Haïti”, zegt ze. “Alle kinderen die een kans hebben gekregen, goed gevoed zijn, een schoolopleiding hebben ontvangen en een veilige plaats om op te groeien. Het is een nobel werk!”