Van kinderwerk naar leidinggeven

Wilcie Smoorenburg - Van kinderwerk naar leidinggevende

Wilcie Smoorenburg-Jean staat al bijna 13 jaar aan Johans zijde. Ze werkt vanaf het begin van hun trouwen mee op het project. Inmiddels heeft ze als directrice de leiding over het project. Ook nu is ze vanuit de Dominicaanse Republiek druk met het aansturen van het managementteam op Bon Repos. Hoog tijd dus om Wilcie wat beter te leren kennen!

Een duik in het verleden

Wilcie is geboren op 30 mei 1972 in Tihot, een klein dorpje op het platteland in het zuiden van Haïti. Ze is opgegroeid in een christelijke familie en haar vader was voorganger bij een grote kerk. Toen ze 12 werd is ze bij een tante in Port-au-Prince gaan wonen zodat ze daar naar de middelbare school kon. Na de middelbare school heeft ze een secretaresseopleiding gevolgd waarna ze aan de slag kon als secretaresse van een school en later als directrice. Buiten haar werk is ze altijd actief geweest als zangeres.

Toen ontmoette ze Johan…

“Ik ontmoette Johan tijdens een kerkdienst. Ik zong daar en Johan verzorgde de preek. Johan nodigde mij na afloop uit voor een concert op het project. We leerden elkaar steeds beter kennen en op 29 augustus 2009 zijn we getrouwd”, vertelt Wilcie.

Op Bon Repos begon Wilcie met het kinderwerk. Ook organiseerde ze activiteiten voor de ouden van dagen en hielp ze mee op kantoor. Later begon ze met het opleiden en coachen van de tantes die verantwoordelijk zijn voor de zorg van de kinderen. Hierdoor kwam haar focus meer op de kinderen te liggen. Gaandeweg werd ze verantwoordelijk voor het welzijn van de kinderen en sinds 2011 is Wilcie officieel directrice en verantwoordelijk voor het project en de ouden van dagen.

Werken op afstand

Nu Wilcie en Johan in de Dominicaanse Republiek zitten is het managen van het project wel even een ander verhaal. Wilcie laat het er echter niet bij zitten. “Een maand geleden ben ik met de bus naar Cap-Haïtien gereden om daar met Shedelyne – een leidinggevende van het kinderdorp – de lopende zaken door te spreken”, vertelt ze. Cap-Haïtien ligt in het noorden van Haïti en is op dit moment nog veilig rechtstreeks met een bus vanuit de Dominicaanse Republiek te bereiken. “Dit is heel fijn en zolang we niet terug kunnen naar Haïti blijven we dit regelmatig doen”, aldus Wilcie.

Terug naar huis

Wilcie heeft het er wel moeilijk mee dat ze momenteel niet terug kan naar Haïti. “We weten ook niet wanneer we wel terug kunnen, in die onzekerheid leven is erg zwaar.” Ook de Haïtianen leven elke dag in onzekerheid en angst. Wilcie: “Elke Haïtiaan die ik spreek zegt dat alleen God deze situatie kan veranderen.” Onzekerheid of niet, Wilcie geeft de hoop nog niet op. Ze bidt voor een verandering van de situatie op Haïti. “Ik heb nog steeds hoop dat Johan en ik op een gegeven moment weer terug kunnen naar huis.”

Doeltreffende hulpprojecten

We zijn als stichting altijd aan het kijken waar en hoe we (nood)hulp kunnen bieden. We proberen ons hierbij steeds voor korte tijd (ongeveer 3 maanden) op 1 project te richten. Sommige projecten zullen langer duren maar in principe richten we ons op kleine, maar zeer doeltreffende projecten om de Haïtianen bij te staan en vooruit te helpen.

Hulp in het zuiden

De afgelopen tijd hebben we als stichting een bijdrage mogen leveren aan de hulpverlening in het zuiden van Haïti na de aardbeving in augustus 2021. In dit gebied zijn onder andere voedselpakketten uitgedeeld aan de getroffen mensen.

Schoolproject Hinche

In de vorige nieuwsbrief vertelden we al iets over de gemeente Hinche, gelegen in een zeer arme streek in het binnenland van Haïti. De meeste kinderen die hier wonen gaan niet naar school. Om hier verandering in te brengen willen we het bestaande gebouw dat u op de foto ziet in gaan richten als school.

Gehandicaptenproject

De groep gehandicapten verblijft nog steeds op Bon Repos en dit zal ook nog wel even zo blijven. Het plan om een nieuw opvangcentrum voor deze mensen te bouwen ligt klaar maar de uitvoering hiervan zal enige tijd in beslag nemen.

Relativeren

We leven in een bijzondere tijd, waarin alles snel verandert. Inflatie neemt per maand toe, alles wordt duurder en we worden geconfronteerd met de dreiging van oorlog. Dagelijks krijgen we berichten over het verloop van de oorlog in Oekraïne. We zien grote aantallen mensen hun land verlaten, op zoek naar een veilig onderkomen.

Even een paar cijfers; Oekraïne heeft 44 miljoen inwoners, waarvan ruim vier miljoen nu het land heeft verlaten. 25% van de bevolking is onder de 25 jaar en de bevolking is bijzonder gedreven om het land te verdedigen. Laatst is er in Haïti een representatief onderzoek gedaan onder 50000 inwoners. 85% van de ondervraagden gaf aan geen toekomst meer te zien voor hun land. Zij willen graag zo snel mogelijk hun land verlaten, om nooit meer terug te komen. Onveiligheid en het gebrek aan enige hoop op verbetering, maakt dat je voor jezelf een betere toekomst wil zoeken. Als we in gedachten houden dat 53,5% van de Haïtiaanse bevolking onder de 25 jaar is, zien we de hopeloosheid hiervan.

Als Hart voor Haïti willen we toch hoop bieden. Door het evangelie te brengen als troost en hoop voor elke dag en ook door te investeren in onderwijs en opleiding. We hebben niet de illusie dat we het systeem in dit land kunnen veranderen, maar elke Haïtiaan die we hoop en toekomstperspectief kunnen bieden is het waard. De grote rampen in de wereld kunnen ons emotioneel raken, maar als we het persoonlijk maken en het een gezicht geven dan raakt het ons nog veel meer. Dan willen we ook helpen als dat kan. Wij zien elke dag een groep kinderen blij en gemotiveerd naar school gaan op het project, dat geeft ons moed.

Natuurlijk is de situatie van Oekraïne en Haïti niet te vergelijken, maar het natuurlijke verlangen naar een veilig leven en een toekomst voor je kinderen gaat voor beide op. Ik hoop en bid dat u de jonge bevolking van Haïti in uw hart blijft sluiten.

Robin Vlug, voorzitter Hart voor Haïti.

Het leven in een gastgezin

Na de aardbeving van 2010 zijn er relatief veel jonge kinderen opgenomen. Een groot deel van deze kinderen zal dit jaar de middelbare schoolopleiding afronden. Dit betekent ook dat ze zich moeten voorbereiden op een zelfstandig leven in de maatschappij. Veel van deze kinderen hebben nog wel familie, maar zijn na de aardbeving afgestaan om financiële redenen. Met een financiële bijdrage vanuit de stichting zal het voor veel families weer mogelijk zijn om de zorg op zich te nemen. “Onze sociaal werkers zijn druk bezig te onderzoeken welke kinderen we veilig terug kunnen plaatsen in een gezin of familie. We zullen hen als stichting blijven volgen en hen ook financieel steunen als ze kunnen en willen verder leren”, vertelt Robin.

Het studiefonds wordt hiermee ook steeds actueler en verschillende van de kinderen hebben de motivatie en mogelijkheden om verder te leren. Zij willen graag in september starten met een vervolgopleiding. Robin staat hier erg positief tegenover: “Een betere toegang tot het onderwijs is voor de grotendeels jonge bevolking van Haïti hard nodig. En wie weet, misschien speelt een van onze kinderen straks als christen wel een belangrijk rol in de ontwikkeling van Haïti.”

We laten twee jongeren aan het woord die al twee jaar terug zijn bij hun familie. Beiden gaan ze nog naar school op het project en hier zijn ze dan ook regelmatig te vinden.

Lensky Pétion: “Ik heb het hier naar mijn zin”

Lensky Pétion is 18 jaar en opgegroeid op het project. Sinds twee jaar woont hij weer bij zijn vader in een hele grote wijk die Delmas heet. Dit is in de buurt van het project en daardoor kan hij hier zijn school afmaken. Hij zit nu in de laatste klas van de middelbare school en als hij slaagt kan hij naar een universiteit. “Ik vind het fijn om hier met mijn vader te wonen, het leven is wel anders dan op Bon Repos maar ik heb het hier naar mijn zin”, vertelt Lensky. Doordeweeks gaat hij naar school en in het weekend volgt hij een cursus videografie en fotografie. Verder helpt hij zijn vader in het huishouden. Hier bij zijn familie heeft Lensky alles wat hij nodig heeft. “Daarnaast ben ik hier veel vrijer om me te verplaatsen dan op het project. Dat vind ik wel fijn”, voegt hij eraan toe. Dromen voor de toekomst heeft Lensky genoeg: “Ik wil het liefst automonteur worden, maar wie weet daarnaast ook wel cameraman en fotograaf.”

Berlinda Orelien: “Ik vind het erg fijn dat ik weer bij mijn familie woon”

Berlinda Orelien is nu 19 jaar en sinds twee jaar is ze weer terug bij haar familie. Ze woont samen met haar moeder, twee zusjes en een broer aan Route de Lillavois. Dit is dezelfde straat als waar het project ligt en hierdoor kan ze nog steeds naar dezelfde school. Ze vindt het erg fijn om bij haar familie te kunnen wonen. “Sommige dingen zijn natuurlijk wel anders maar ik heb hier ook alles wat ik nodig heb”, vertelt Berlinda. Doordeweeks is Berlinda druk met school en haar huiswerk. Ook helpt ze mee in huis met schoonmaken, koken en de was doen. Ze is gemotiveerd om te leren en ze heeft haar toekomst helder voor ogen: “Ik wil graag een goede verpleegster worden zodat ik zieke mensen kan helpen.”