Veel schade door aardbeving

Op zaterdag 14 augustus om half negen ’s ochtends (plaatselijke tijd) was er op Haïti een aardbeving met een kracht van 7,2 op de schaal van Richter. Het episch centrum van de beving lag 125 km ten westen van de hoofdstad Port-au-Prince. Het exacte dodenaantal is nog niet bekend maar ligt in ieder geval boven de 2.000. Dit is beduidend minder dan de 200.000 doden die vielen bij de aardbeving in 2010. Het hart van de aardbeving lag toen veel dichter bij de hoofdstad. Doordat er in het zuiden niet veel hoge gebouwen zijn en er ook minder mensen wonen is het slachtofferaantal nu minder hoog.

Veel schade door aardbeving – ook het geweld gaat door

De grote schade in het getroffen gebied is er echter niet minder om en dit is niet alleen het gevolg van de aardbevingen. Dit komt ook door de armoede, waardoor de kwaliteit van huizen en infrastructuur slechter is dan in bijvoorbeeld het buurland de Dominicaanse Republiek.

De Haïtiaanse premier, Ariel Henry, die de op 7 juli doodgeschoten Jovenel Moïse opvolgde, heeft vanwege de aardbeving de noodtoestand uitgeroepen. Het is de vraag wat dat precies inhoudt in een land met steeds sterker wordende straatbendes. Zij maken het leven op Haïti vrijwel onmogelijk en zijn zwaar bewapend, beter dan de politie. Elke dag zijn er kidnappings, soms kidnappen ze een hele bus tegelijk. Wat het allemaal nog erger maakt is dat de noodhulp ten behoeve van de aardbeving door de wijken heen moet waar deze bendes de baas zijn. Verschillende vrachtwagens met voedsel voor de slachtoffers maar ook met brandstof zijn door hen gestolen.

Studeren op Haïti

Op 21 mei stond er een groot artikel in dagblad Trouw over het toenemend aantal ontvoeringen op Haïti. Het is goed dat er aandacht is voor Haïti, maar je zou soms bijna vergeten dat er ook dingen goed gaan. Zo zijn er in Haïti 15 universiteiten, waarvan de oudste de Haïti State University is, gesticht in 1820. Ook kinderen uit het kinderdorp studeren aan universiteiten op Haïti. Het onderwijssysteem lijkt op het Nederlandse: met de kleuterschool (3 jaar), basisschool (6 jaar) en voortgezet onderwijs (7 jaar) ben je zonder zitten blijven 19 jaar oud als je hoger onderwijs kunt gaan volgen. Voor de meer praktisch ingestelde leerlingen zijn er de vakopleidingen. De kosten worden betaald uit het studiefonds van de stichting en dat is niet alleen voor kinderen uit het kinderdorp. Waar het kan worden opleidingen van goed lerende kinderen betaald. Zo ook van Lourdine en Benette.

Lourdine Michel (23) studeert Onderwijswetenschappen:

“Ik geniet van deze studie, maar het was niet mijn eerste keus. Liever was ik een rechtenstudie gaan doen om advocaat te kunnen worden. In een gesprek met Papi Jean over mijn toekomst legde hij uit dat in Haïti de advocaten uit de elite komen. Ze zijn rijk, bekleden hoge posities en schuiven elkaar de baantjes op de advocatenkantoren toe. Als je uit een armere familie komt, kom je er gewoon niet tussen. Om mijn kansen in de toekomst te vergroten heb ik toen toch voor het onderwijs gekozen. Ik ben nu bijna klaar met mijn derde jaar en moet dan nog één jaar. Inmiddels werk ik op de school van de stichting en leer al doende. Het liefst zou ik aan dezelfde universiteit nog twee jaar doorstuderen, dan kan ik daarna lesgeven aan kinderen met een leerprobleem. Die zijn er helaas genoeg in Haïti. Het is een intensieve studie: ik moet veel studeren, vaak ook in het weekend en soms zelfs op zondag. Ook de reistijd is lang, twee uur per bus en privétaxi met drie overstappen. Er is in het kinderdorp elektriciteit en internet en we kunnen veel doen via Zoom. Het grootste probleem is dat leraren zomaar wegblijven. Die lessen moeten dan later weer allemaal worden ingehaald. Ik ben heel blij dat ik deze studie kan volgen zodat ik zelfstandig kan leven en kan meewerken aan een goede toekomst voor andere Haïtiaanse kinderen.”



Benette Leroux (27) studeert Administratieve wetenschappen/Bedrijfsmanagement:

“Ik wilde deze opleiding al gaan doen toen ik naar de middelbare school ging. Het is een studie met toekomst en bovendien houd ik erg van regelen en organiseren. In Haïti, een land dat vaak heel chaotisch is, kan dat goed van pas komen. Ik ben heel dankbaar dat gulle gevers in Nederland deze studie voor mij mogelijk maken. Misschien dat ik na deze opleiding verder ga studeren, maar dat is nog niet zeker. Ik zal er sowieso bij moeten werken, want door ziekte heb ik twee jaar school gemist. Ik ben heel dankbaar voor alles waarmee Hart voor Haïti heeft geholpen, maar het is zo langzamerhand tijd dat ik op eigen benen ga staan. Met mijn diploma op zak kan ik straks een positieve bijdrage aan de maatschappij leveren. Eerst maar deze opleiding afmaken! In september start ik met mijn vierde en laatste jaar. De school staat in een buitenwijk van Port-au-Prince en ik ga er van maandag tot en met donderdag met het openbaar vervoer naar toe. Een rit van bijna twee uur. Soms is het gevaarlijk door opstanden en stakingen. Van corona hebben we gelukkig, afgezien van een schoolsluiting van twee maanden, verder weinig last. Veel mensen hier zijn sceptisch over de gevaren van corona en ze doen alsof het niet bestaat. Ik word uitgelachen als ik wel een mondkapje draag. Ik laat ze maar lachen.”

“even op adem komen”

Misschien zijn deze laatste jaren van zijn bediening wel de allerzwaarste. Johan Smoorenburg heeft al de nodige staatsgrepen en natuurrampen meegemaakt in de meer dan 40 jaar dat hij op Haïti werkt, maar nu is de situatie uitzonderlijk uitzichtloos. Samen met Wilcie is hij de komende weken in Nederland. Voor een werkbezoek, maar eigenlijk ook om een beetje op adem te komen: “Er is op Haïti bijna niet meer te leven.”

Toch klinkt Johan allesbehalve moedeloos als we hem bellen half september. De combinatie van een opgewekt karakter en de jarenlange ervaring met je aanpassen aan heftige situaties wellicht? “We zijn eigenlijk blij dat we er even uit zijn. We mogen in Zeist in het huis verblijven van een dominee die op zendingsreis is. We hebben het hier ontzettend naar ons zin en als we ‘s avonds thuiskomen voelt dat echt lekker. Hoewel Wilcie dagelijks wel drie uur belt met Haïti, kunnen we toch onze gedachten even verzetten. Zeker voor Wilcie is het goed om er even uit te zijn. En ik kan me concentreren op mijn werk hier, dat is fijn.”

Lekker druk
Ook hier hoeft Johan zich geen moment te vervelen: “Het is lekker druk, ik was natuurlijk ook al twee jaar niet meer in Nederland geweest. Ik heb spreekbeurten op zondag, bezoek organisaties die overwegen ons te gaan steunen of dat al doen, ik geef interviews en leg contact met mogelijke nieuwe sponsors of donateurs. Zo werd ik benaderd door een meneer in Rhenen, wiens kerk voor het project gaat sparen. Blijkt dat we samen nog op straat hebben gestaan om te evangeliseren, vlak na mijn bekering.”

Veilige haven
Ondanks alles wat er speelt op Haïti, gaat het op het dorp naar omstandigheden goed. “We hebben iedere dag contact en ondanks dat de school iets later heeft moeten beginnen, zijn we blij met hoe het gaat. De plannen om de achttienjarige kinderen begeleid het dorp te laten verlaten hebben we helaas even in de koelkast moeten zetten. Zeventien kinderen zouden in een huis buiten het dorp gaan proberen een eigen leven op te bouwen, maar dat vinden we met het oog op corona en het vele geweld nu niet verantwoord. Hen houden we dus nog wat langer bij ons. Verder merken we in het dorp weinig van corona en van het geweld, behalve het schieten wat ook in het dorp regelmatig te horen is.”

Zorgen
Het toenemende geweld is een groot punt van zorg voor Johan en Wilcie: “Het geweld lijkt alleen maar erger en meer openlijk te worden. We moeten dus erg voorzichtig zijn. Gelukkig hebben we onze auto mogen laten uitrusten met kogelvrij glas, zodat we toch nog ergens kunnen komen. Daarvóór konden we namelijk bijna niet meer uit huis… het is net een oorlogsgebied. Ik kan bijvoorbeeld ook niet meer naar het zuiden van Haïti, naar Léogâne – waar we vroeger ook veel kwamen – want dan moet ik door wijken die niet veilig zijn. En juist dáár heeft de laatste aardbeving flink huisgehouden. Gelukkig hebben we een Nederlander gevonden die met onze hulp de ergste nood in dat gebied verlicht. Deze eerste drie maanden gaat het vooral om noodhulp: eten, drinken, een dak boven het hoofd… daarna komt de wederopbouwfase. Ik hoop dat ik tegen die tijd met een vliegtuigje zelf ook naar Léogâne kan gaan om te helpen.”

Tijdens de aardbeving waren Johan en Wilcie zelf gelukkig op pad, maar de verhalen die ze horen liegen er niet om: “Er was enorme paniek, er komt bij veel mensen ook allemaal oud verdriet en angst weer boven. Maar gelukkig heeft de aardbeving bij ons in het dorp en ook voor ons eigen huis geen slachtoffers of schade veroorzaakt. De beving was in dezelfde hoek maar 40 kilometer verder, dat is onze redding geweest.”

Spreekschema Johan

Inmiddels heeft Johan er al weer een maand in Nederland op zitten. Het is goed om te zien dat de agenda van Johan al heel snel helemaal volgepland was. Met afspraken, interviews, bezoeken aan bedrijven en contacten en ook met spreekbeurten in kerken heeft hij genoeg te doen.

Eind oktober vertrekken Johan en Wilcie weer naar Haïti. Tot die tijd zijn er nog enkele kerkdiensten waar u Johan kunt horen spreken.

Zondag 10 oktober – 10.00 uur
Evangeliegemeente Morgenstond Nieuwegein
Oosterlicht College
Dieselbaan 10, Nieuwegein

Zondag 10 oktober – 19.00 uur
Hervormde kerk
Kerkplein 1, Rhenen

Zondag 17 oktober – 10.00 uur
Pinkstergemeente Morgenstond Gouda
Lage Gouwe 204, Gouda

Zondag 17 oktober – 17.00 uur
Immanuëlkerk
Kerkstraat 3, Rijnsburg