Marie Frantzcia Valentin

Frantzcia kwam als één van de eerste kinderen in het kinderdorp wonen

“Ik vlieg nu met mijn eigen vleugels”

Als zelfs in het welvarende Nederland een goede opleiding onmisbaar is voor toekomstperspectief, hoe belangrijk is scholing dan in het arme Haïti? Marie Frantzcia Valentin kan daarover meepraten: zij werd als één van de eerste kinderen opgenomen in het kinderdorp en heeft dankzij de stichting een leven kunnen opbouwen. En hoewel ze nu in de Verenigde Staten woont, is Haïti allesbehalve uit haar hart verdwenen: “Ik ben bang om terug te gaan naar Haïti, maar ik mis mijn land wel. Ik stuur regelmatig geld naar mijn familie, het is bijzonder dat ik nu zélf anderen kan helpen.”

“Ik was 1 jaar oud toen mijn moeder overleed”, vertelt Frantzcia. “Mijn tante nam me in huis, ondanks dat zij en haar man zelf geen werk hadden. We waren daarom heel arm en in de loop van de jaren kregen ze zelf ook kinderen. Het werd steeds lastiger om mij als ‘extra kind’ erbij te hebben. Toen ik een jaar of 8 of 9 was, bracht ze me naar het kinderdorp. Dat stond toen nog in de kinderschoenen: ik was het vijfde of zesde kind dat er kwam wonen.”

In die jaren groeit het aantal kinderen in het dorp snel. Frantzcia: “Het was een bijzondere tijd. Ik vond het geweldig dat er steeds nieuwe kinderen bij ons in het dorp kwamen wonen, zo hadden we veel andere kinderen om mee te spelen. Het was toen ook nog relatief veilig in Haïti en omdat we nog niet met zo’n grote groep waren, konden we ook uitstapjes maken. Zo gingen we iedere zaterdag naar het strand, geweldig vond ik dat.”

“Uiteraard ging ik ook naar school op het dorp. Toen was er alleen nog een basisschool op het dorp, dus tegen de tijd dat ik naar het voortgezet onderwijs ging, werden we iedere dag met een bus gehaald en gebracht naar de school in Port-au-Prince. Later kon ik doorleren om administratief medewerker te worden. Ik kon bij de stichting op het kantoor aan de slag en ben daar tot mijn 25e blijven werken. Het was een fijne tijd, maar na een aantal jaren wilde ik wat anders. Ik ben ambitieus, wilde meer en verder leren, ik droomde over een eigen huis en auto.”

Frantzcia stopt met haar werk voor de stichting, gaat weer bij haar tante wonen en gaat voor een bedrijf in de stad werken. “Toen merkte ik pas hoe goed ik het had gehad. In het dorp hadden we altijd elektriciteit, want als die uitviel hadden we een eigen generator. Nu merkte ik zelf hoe onbetrouwbaar het elektriciteitsnetwerk in Haïti is. Ik ontdekte ook dat een groot deel van mijn salaris op ging aan vervoer: ik moest opeens zelf voor een taxi betalen of met de bus gaan. Al met al viel het me dus best tegen.”

Uiteindelijk vertrekt Frantzcia naar de Verenigde Staten, waar ze trouwt en drie kinderen krijgt. Verdrietig genoeg overlijdt haar man veel te vroeg: “Halverwege 2019 is hij omgekomen na een auto-ongeluk. Nu stond ik er opeens alleen voor met drie kinderen, zonder baan. En een half jaar later kregen we te maken met corona.” Toch houdt Frantzcia moed: “Ik krijg geld van de overheid en heb ook een bedrag gekregen als smartengeld voor het overlijden van mijn man. Daar leven we nu van. En zodra het kan, ga ik weer aan de slag.”

Met ‘Papi Jean’ (Johan Smoorenburg) heeft Frantzcia nog steeds contact. “Hij belde me meteen na het overlijden van mijn man: “Hoe ga je het redden? Wat kan ik doen om te helpen?” Hij is een fantastisch mens en zijn hulp heeft mijn leven echt veranderd. Hoe hij en zijn vrouw hun leven in het teken stellen om al deze kinderen te helpen, dat vind ik echt geweldig. Door wat hij heeft gedaan en door de steun van mijn sponsor (die ik zo graag nog eens zou ontmoeten!) kan ik nu met mijn eigen vleugels vliegen!”



Publicatie datum / laatste wijziging: 05 jul 2021