“We blijven vooruitkijken”

Waar in het verleden naar opvolging voor Johan werd gezocht heeft de stichting zich er nu bij neergelegd dat dit niet meer realistisch is. Haïti is een lastig land om te wonen en het wordt er met de dag gevaarlijker. Mensen met een roeping zoals Johan die heeft, zijn zeldzaam. Dan wordt het tijd om verder te kijken. In de vorige nieuwsbrieven hebben we al iets laten doorschemeren over de nieuwe visie en de plannen die we najagen. Dit is nog volop in ontwikkeling en we willen u hier graag in meenemen. Daarom laten we vandaag voorzitter Robin Vlug uitgebreid aan het woord.

In de loop van de jaren is het inzicht ontstaan dat we in de huidige omstandigheden kinderen liever in gezinnen plaatsen dan op het kinderdorp. Dit onder andere vanwege het grote contrast met de ‘echte’ wereld waarin ze – straks als ze groot zijn – in moeten gaan leven. “Het leven op het kinderdorp bereidt hen hier onvoldoende op voor”, legt Robin uit. “Het leven buiten de muren van het kinderdorp is harder dan ze zich voor kunnen stellen. En dat is wel een probleem, ja.”

Mede daarom is de stichting begonnen met het zoeken naar betrouwbare gezinnen. We hebben zo al zo’n 100 kinderen kunnen plaatsen. De betrokken sponsors zijn hier ook van op de hoogte. Robin legt uit hoe ze aan deze gezinnen gekomen zijn: “Wat misschien niet iedereen weet is dat niet alle kinderen op het project ook wees zijn. Veel van deze kinderen hebben nog wel ouders of andere familie maar zij konden niet voor hen zorgen. Daarom kwamen de kinderen op het kinderdorp terecht, maar nu willen we de rollen omdraaien.” Het is de bedoeling dat de stichting de kinderen plaatst bij de beschikbare families. Met dit verschil dat deze families vanaf nu worden ondersteund, zodat ze alles in huis hebben om voor deze kinderen te zorgen. Zo krijgen de kinderen gelijk de kans om te wennen aan het leven buiten de bescherming van het dorp. We ondersteunen de families die voor de kinderen zorgen financieel, maar bouwen dit wel af naarmate ze de 18 naderen. “Het blijft belangrijk dat de jongeren uiteindelijk zichzelf kunnen onderhouden. Daar werken we dan ook naar toe en op deze manier leren ze op eigen benen te staan.”

Er blijven altijd jongeren over zonder familie of geschikt gezin om te plaatsen, ook zij worden verder geholpen en voorbereid op de toekomst. Daarom is er nu voor verschillende jongeren al een huis gehuurd, dat beheerd wordt door twee betaalde krachten. Zo krijgen ook deze jongeren de kans om in het echte Haïti op te groeien en te wennen aan het land, zodat ze klaar zijn voor de toekomst. In al deze situaties blijft de stichting betrokken bij de kinderen. Alle kinderen worden regelmatig bezocht door sociaal werkers die controleren of alles goed gaat. “We verliezen ze niet uit het oog. De gezinnen moeten veilige plekken zijn om op te groeien, anders gaan de kinderen hier echt niet naar toe. Ook mogen de kinderen bij problemen altijd bij de stichting aankloppen, dat verandert niet”, benadrukt Robin.

De voorbereiding op het echte leven buiten de muren van het kinderdorp is één van de redenen dat de dingen anders aangepakt moeten worden. Het is echter niet de enige reden, er zijn meer factoren die hierin een rol spelen. Deze factoren worden hieronder verder toegelicht.

Veranderende opvattingen

Niet alleen in Nederland maar ook wereldwijd is er een andere visie ontstaan op het opvangen van kinderen. Het kinderdorp in zijn huidige vorm wordt gezien als een weeshuis. Veel organisaties zijn hier absoluut op tegen want kinderen weghalen uit hun familiaire omgeving is tegenwoordig echt not done. Veel organisaties kiezen er dan ook voor om Hart voor Haïti niet meer te steunen en dat voelt de stichting natuurlijk wel. “Natuurlijke beseffen wij ook dat het altijd beter is wanneer een kind kan opgroeien in een gezin. Maar dat moet wel mogelijk zijn”, legt Robin uit. “In een land als Haïti is er in zulke gevallen grote kans op mishandeling en misbruik, onder andere door het min-of-meer geaccepteerde misbruik van zogenaamde restaveks. Dus nee, we droppen de kinderen niet zomaar in een gezin, dat kan hier absoluut niet.” Toch moet er iets veranderen en daarom wordt er nu gekeken naar welke jongeren wél bij hun familie terechtkunnen. Veiligheid staat hierbij altijd op nummer één.

De gevaarlijke situatie in het land

Er is veel rebellie in het land en bendes met wapens maken de macht uit. Er is geen gezag meer, organisaties die met wederopbouw bezig waren na de aardbeving zijn inmiddels ook vertrokken en het land valt weer terug in zijn oude gewoontes. Door de verslechterde situatie in het land begint ook het kinderdorp helaas een gevaarlijke plek te worden. Een veilige, paradijselijke plek vormt tegenwoordig alleen maar een groter risico. Het is bijna een uitnodiging voor de gewelddadige bendes die de boel uitmaken in het land.

Als stichting kunnen we ons alleen maar aanpassen aan deze omstandigheden en kijken hoe we de kinderen en jongeren op Haïti kunnen helpen opgroeien op de meest veilige manier. En dat is bij gezinnen thuis. “Dat is natuurlijk heel wat anders dan hoe we begonnen en ik snap dat dit voor iedereen een aanpassing is. Daarom willen we dit ook goed toelichten aan onze achterban. Zodat al onze sponsors weten wat er achter zit. We willen absoluut niet van de jongeren af, maar we willen wel dat ze veilig zijn!”

Johan die ouder wordt

Het doel is dat de stichting op Haïti ook ‘na Johan’ kan overleven. Robin geeft toe: “Het is nooit leuk om het hierover te hebben maar we moeten ook realistisch zijn. Want wat als Johan er straks niet meer is, wat dan? Is er dan nog voldoende steun om de stichting in stand te houden?” Zonder opvolging is de realiteit dat lokale mensen de dagelijkse leiding op het kinderdorp over moeten nemen. Hiervoor is het belangrijk dat het kinderdorp beter op eigen benen leert staan. We leren de lokale leiding om met een budget om te gaan en hier ook verantwoording voor af te leggen. Zo heeft de basisschool op het kinderdorp al een eigen bestuur. De bedoeling is dat de lokale bevolking dit project straks helemaal zelfstandig op gaat pakken. “Daarin hebben we nog wel een weg te gaan. De mensen moeten leren dat ze ook zelf geld binnen moeten halen en geld moeten reserveren voor bepaalde dingen. Er is een cultuur ontstaan van je hand ophouden als het geld op is, van deze cultuur willen we graag af want hoe graag we ook geven, zo kan de stichting niet overleven.” Ook de kerk is een voorbeeld van een project dat voor een groot deel zelfstandig opereert. De stichting faciliteert het gebouw nog maar de rest gebeurt al helemaal zelfstandig. De organisatie en invulling van de diensten, de inhoud van de preken etc.

Robin sluit zijn verhaal af. “De stichting heeft een trouwe achterban die erg gesteld is op Johan. We hopen dat deze achterban net zo bewogen is met Haïti zelf als met de man die het land voor ons op de kaart zette. Zodat in de toekomst, als Johan er niet meer is, dit mooie werk ook nog door kan blijven gaan. Want – en Johan zal de eerste zijn om dit te beamen – het is niet ons of Johans werk, het is Gods werk!”



Publicatie datum / laatste wijziging: 05 jul 2021