“even op adem komen”

Misschien zijn deze laatste jaren van zijn bediening wel de allerzwaarste. Johan Smoorenburg heeft al de nodige staatsgrepen en natuurrampen meegemaakt in de meer dan 40 jaar dat hij op Haïti werkt, maar nu is de situatie uitzonderlijk uitzichtloos. Samen met Wilcie is hij de komende weken in Nederland. Voor een werkbezoek, maar eigenlijk ook om een beetje op adem te komen: “Er is op Haïti bijna niet meer te leven.”

Toch klinkt Johan allesbehalve moedeloos als we hem bellen half september. De combinatie van een opgewekt karakter en de jarenlange ervaring met je aanpassen aan heftige situaties wellicht? “We zijn eigenlijk blij dat we er even uit zijn. We mogen in Zeist in het huis verblijven van een dominee die op zendingsreis is. We hebben het hier ontzettend naar ons zin en als we ‘s avonds thuiskomen voelt dat echt lekker. Hoewel Wilcie dagelijks wel drie uur belt met Haïti, kunnen we toch onze gedachten even verzetten. Zeker voor Wilcie is het goed om er even uit te zijn. En ik kan me concentreren op mijn werk hier, dat is fijn.”

Lekker druk
Ook hier hoeft Johan zich geen moment te vervelen: “Het is lekker druk, ik was natuurlijk ook al twee jaar niet meer in Nederland geweest. Ik heb spreekbeurten op zondag, bezoek organisaties die overwegen ons te gaan steunen of dat al doen, ik geef interviews en leg contact met mogelijke nieuwe sponsors of donateurs. Zo werd ik benaderd door een meneer in Rhenen, wiens kerk voor het project gaat sparen. Blijkt dat we samen nog op straat hebben gestaan om te evangeliseren, vlak na mijn bekering.”

Veilige haven
Ondanks alles wat er speelt op Haïti, gaat het op het dorp naar omstandigheden goed. “We hebben iedere dag contact en ondanks dat de school iets later heeft moeten beginnen, zijn we blij met hoe het gaat. De plannen om de achttienjarige kinderen begeleid het dorp te laten verlaten hebben we helaas even in de koelkast moeten zetten. Zeventien kinderen zouden in een huis buiten het dorp gaan proberen een eigen leven op te bouwen, maar dat vinden we met het oog op corona en het vele geweld nu niet verantwoord. Hen houden we dus nog wat langer bij ons. Verder merken we in het dorp weinig van corona en van het geweld, behalve het schieten wat ook in het dorp regelmatig te horen is.”

Zorgen
Het toenemende geweld is een groot punt van zorg voor Johan en Wilcie: “Het geweld lijkt alleen maar erger en meer openlijk te worden. We moeten dus erg voorzichtig zijn. Gelukkig hebben we onze auto mogen laten uitrusten met kogelvrij glas, zodat we toch nog ergens kunnen komen. Daarvóór konden we namelijk bijna niet meer uit huis… het is net een oorlogsgebied. Ik kan bijvoorbeeld ook niet meer naar het zuiden van Haïti, naar Léogâne – waar we vroeger ook veel kwamen – want dan moet ik door wijken die niet veilig zijn. En juist dáár heeft de laatste aardbeving flink huisgehouden. Gelukkig hebben we een Nederlander gevonden die met onze hulp de ergste nood in dat gebied verlicht. Deze eerste drie maanden gaat het vooral om noodhulp: eten, drinken, een dak boven het hoofd… daarna komt de wederopbouwfase. Ik hoop dat ik tegen die tijd met een vliegtuigje zelf ook naar Léogâne kan gaan om te helpen.”

Tijdens de aardbeving waren Johan en Wilcie zelf gelukkig op pad, maar de verhalen die ze horen liegen er niet om: “Er was enorme paniek, er komt bij veel mensen ook allemaal oud verdriet en angst weer boven. Maar gelukkig heeft de aardbeving bij ons in het dorp en ook voor ons eigen huis geen slachtoffers of schade veroorzaakt. De beving was in dezelfde hoek maar 40 kilometer verder, dat is onze redding geweest.”



Publicatie datum / laatste wijziging: 14 okt 2021